Keti Koti bevrijdingsfeest voor ons allemaal

Het was per ongeluk, tot mijn schaamte. Na het bloedprikken in het OLVG Oost fietste ik door het Oosterpark naar huis. Het was druk. Overal liepen vrolijk en traditioneel uitgedoste mensen rond, een beetje opgewonden. De viering van Keti Koti dus, de herdenking van de Gebroken Ketenen, ofwel de afschaffing van de slavernij, ofwel de bevrijding vanm slavernij, was vandaag 1 juli. De nationale herdenking hiervan vindt jaarlijks plaats in het Amsterdamse Oosterpark, naast het Nationaal Monument Slavernijverleden.  

Ik had de tijd en vond het belangrijk. Ik besloot te blijven. 

Want ja, dit gaat over onze toekomst. Niet over de donkere, misogyne en racistische wolken die zich soms boven ons kikkerlandje lijken samen te pakken. Maar over wat daar onder schuil gaat. Een ontwikkeling die veel dieper gaat en veel meer tijd nodig heeft. Die gaat over wat er zich écht, onstuitbaar voltrekt. Ondanks stuiptrekkingen die in tegenovergestelde richting wijzen, en die de onafwendbaarheid van bovenstaande ontwikkelingen in twijfel lijken te trekken. Ten onrechte.

Verdeeld verleden, gedeelde toekomst

Opeens realiseer ik mij dat er al jarenlang grote en kleine stapjes gezet worden om dit verleden onder ogen te zien. Ons verleden, ook mijn verleden. Excuses van premier Rutte (en het negeren van het verzoek om dit op 1 juli uit te spreken). Vlammende betogen van burgemeester Halsema. Een emotionele koning die zijn persoonlijke verontschuldigingen uitspreekt voor de handelen van zijn eigen voorvaderen. En een podium voor hoe de nazaten van de tot slaaf gemaakten zélf in deze geschiedenis staan. Premier Rob Jetten die dit jaar overheidsinstanties oproept om met Keti Koti de vlag te hijsen, en toezegt de actie om discriminatie tegen te gaan te intensiveren. Want we zijn er nog lang niet. Het doet mij goed dat te horen uit de mond van onze (witte!) vertegenwoordigers..

En tja, ook ik word pas langzaam wakker realiseer ik mij nu, hand in hand met de tijdgeest. 

Wat mij het meest raakt in het Oosterpark dit jaar is de nadruk die gelegd wordt op de kracht, het doorzettingsvermogen, de waardigheid van degenen die onder de slavernij hebben geleden. En dat er veelvuldig wordt gesproken over het eren van de voorouders, die niet meer onder ons zijn maar niet minder aanwezig. 

Onze ‘schuld’

De ‘schuld’ van de kolonisatoren, van onze, mijn voorouders, wil ik allerminst uit de weg gaan. Maar wie draagt die schuld, en wat is die schuld? Ik voel ook dat we langzaam voorbij de schuldvraag geraken, en dat dit de weg opent naar een gemeenschappelijke toekomst. 

Ik ben een witte Nederlandse vrouw die aanstoot neemt aan de daden van onze voorouders jegens de voorouders van mijn huidige medeburgers, en van hoe dit onze onderlinge verhoudingen tot op de dag van vandaag vertekent (o.a. door racisme en discriminatie). 

Wat ik onbevredigend vind is de enkelvoudigheid waarmee deze ‘schuld’ die begaan is in mijn, ons verleden wordt voorgesteld. Die ‘schuld’ is maar 1 aspect, waarop onze cultuur gebouwd is. Onze verantwoordelijkheid reikt verder dan een ‘schuld’. 
Toch is het ‘in de bek kijken’ van deze schuld een voorwaarde om verder te komen met elkaar. In de vorm van erkenning van schuld die op ons drukt, van excuses ook al heb ik persoonlijk geen deel aan het gebeurde (maar mijn voorouders wel, of die nu wel of niet familie van mij zijn), aan compensatie en beleid om het herstel van de ontstane kloof te bespoedigen. Gelukkig is hiervoor met de tijd meer aandacht gekomen. 

Waardigheid van onze voorouders

Waar minder oog voor is, en wat afgelopen 1 juli gelukkig duidelijk zichtbaar werd gemaakt, is de andere kant van de medaille. Wat mij vooral bijblijft was de prominente aanwezigheid van de voorouders van de nazaten, zelf tot slaaf gemaakten. De nadruk werd gelegd op hun kracht, doorzettingsvermogen, en waardigheid waarmee zij hun lijden tegemoet traden, en die hun nazaten óók kenmerkt. Die kracht en waardigheid brengen de nazaten immers ook mee, en die maken inmiddels óók deel uit van onze geschiedenis. Of liever, het is hoog tijd dat die inbreng volmondig omarmd en geïntegreerd in onze gezamenlijke cultuur. Het besef van de vanzelfsprekende aanwezigheid en invloed van onze voorouders, in zijn algemeenheid, is één van de aspecten waar wij als ‘witte’ (?) medeburgers nog veel van kunnen leren. Immers, die voorouders mogen dan overleden zijn, hun invloed is niet minder reëel en die dienen we serieus te nemen. In positieve en in negatieve zin. 

Keti koti, ‘ketenen gebroken’, is kortom niet alleen een tragedie, maar ook een uitbundige viering van het hervinden van vrijheid. Het uiteindelijke overwinnen van menselijke waardigheid, nadat die zó lang, zó volkomen, zó vanzelfsprekend is ontkend door de koloniale heersers en hún nazaten – en ja, dat zijn wij, dat ben ik. Ook.. 

Toekomst in zicht

Wat mij in het Oosterpark zo raakte, was dat ik stond te kijken en te luisteren naar de toekomst. En dat die gaat over ‘gebroken ketenen’, voor beide partijen. Over een toekomstig ‘wij’ dat beide, alle kleuren en verledens omvat in plaats van dat het de scheidslijn benadrukt tussen een ‘koloniaal’ en een ‘slavernij’ verleden. Dat gedeelde verleden in de maak omvat beide kanten, beide kleuren van een gemeenschappelijke geschiedenis – met zijn lelijke en ontmenselijkende kanten, net zo goed als zijn krachtige kanten en waardigheid. Met een samenleving (onze huidige samenleving) die gebouwd is op al die nuances. 

En daarmee vieren we niet alleen het (letterlijke)  ‘breken van de ketenen’ van tot slaaf gemaakten, maar óók die van de last van mijn generatie van de verantwoordelijkheid daarvoor; van een rijkdom en een cultuur die daarop gebouwd is en dus ook deel van mij is. Ik vind het prachtig dat we dit langzame, pijnlijke proces eindelijk samen doormaken, steeds meer sámen doormaken. 

Niet ‘hun’ feestje

Keti Koti is niet ‘hun feestje’ maar een viering van vrijheid voor ons allemaal. 

Prima dat dat tijd kost, en met kleine stapjes gaat. Want geen feest, geen bevrijding, zonder dat de schuld en de pijn hun plek hebben gekregen. 

Er ging een gerucht dat Jetten Keti Koti tot Nationale Feestdag zou uitroepen. En, hoewel  ik daar om bovengenoemde redenen absoluut voorstander van ben, heb ik er om dezelfde redenen vrede mee dat het nog niet zover is. Dat dit proces voortgaat en er nog werk aan de winkel is. 

Want Keti Koti is een bevrijdingsfeest voor ons allemaal.