Enkele dagen geleden berichtte ik hier over mijn ervaring van Keti Koti. Daarna schoot mij te binnen dat ik vorig jaar bij een opvallende expositie was, waar ik toen over schreef. Het sluit mooi bij elkaar aan. Daarom publiceer ik het nu hier.
Jacob Lawrence – Afro American modernist

Dat is de titel van de expositie die ik vandaag, op 25 oktober 2025, bezocht in de Amersfoortse Kunsthal Kade. Prachtig museum trouwens. Mijn moeder had erover gelezen in de krant, en de beelden hadden haar gegrepen. Jacob Lawrence is een Afro Amerikaan, een getalenteerde kunstenaar, die al vanaf 1941 doorbrak in Amerika met zijn tekeningen en schilderijen waarmee hij het sociale leven om hem heen, en zijn kijk daarop, vastlegde. Dat bleef hij doen, tot ver in de 20e eeuw. Hij overleed in 2000.
Ik had nog nooit van hem gehoord. Daarin blijk ik niet de enige, en hopelijk brengt deze expo daar verandering in.
Een welkom perspectief
Want het is een belangrijk geluid, ontdekte ik toen ik dit werk bekeek. Een heel ander perspectief dan ik gewend ben te vinden in onze musea. Een wereld, en een blik daarop, doordrenkt van jazz, van Afro-Amerikaanse veelkleurigheid en levendigheid en door alles heen – de ondertoon van de Zwarte geschiedenis in Amerika. Ik had het gevoel oog in oog te staan met die Zwarte geschiedenis. Met een typerende ondertoon van pijn, van verlies, maar evengoed van levenslust, van onverzettelijkheid, van het leven dat tegen de klippen op steeds weer zich een weg baant in een vijandige wereld. Overigens is die vijandigheid en de moeizaamheid van deze levens aanwezig in de werken, maar veelal op de achtergrond. Wat overheerst is dynamiek, beweging, leven, zonder dat die wedijveren met pijn en verdriet: ze gaan vanzelfsprekend hand in hand. En dát is wat mij als een verrijking raakt, een verrijking van een westerse (kunst)wereld. Van een westers collectief voorstellingsvermogen, waarin de relatie tussen pijn, verdriet, duister en vrolijkheid, optimisme, licht aan de andere kant altijd gespannen lijkt. Het wordt al gauw donker dat het licht verdringt, of licht dat het duister wil verjagen.
In het werk van Lawrence zie ik beide kanten moeiteloos samengaan, en dat maakt het heel krachtig. En prachtig. Als vanzelf altijd sprekend over de (sociale) wereld, met haar tekortkomingen, de beperkingen en ja, de onder-schikking van de zwarte ervaring aan een wit perspectief, én die beziend vanuit een rijker, breder en spiritueel getint perspectief. Niet zwart tegen wit, of wit tegen zwart, maar een andere blik op het sociale leven. Een ‘zwarte’ blik die de ‘witte’ blik niet achter zich laat of andersom, maar verrijkt, aanvult, en onmisbaar blijkt voor een realistische kijk op ons leven.
Wat me trof in deze werken was Lawrence’s kijk op de wereld die misschien alleen in kunst, in beelden, in verbeelding kan bestaan. In ieder geval heb ik moeite om wat mij zo trof onder woorden te brengen.
Het legde voor mij een gemis bloot in de ‘witte kijk’ op de wereld. Simpelweg omdat die een wezenlijk aspect buitensluit. En wel een ervaring waarin pijn en beweging, wereld en spiritualiteit, verdriet en blijheid vanzelfsprekend samengaan. Op de een of andere manier bestaat die wezenlijke eenheid in een zwarte beleving van de wereld, en weet iemand als Jacob Lawrence die eenheid in zijn werk over te brengen.
Lessen in lijden en levenslust
Waarin hij heel prozaïsche gebeurtenissen weergeeft, zoals de grote migratie van zwarten uit het zuiden van de Verenigde Staten naar het noorden, op zoek naar werk, ontsnapping aan racisme en discriminatie, hopend op nieuwe mogelijkheden. Of zijn ervaringen, tijdens de 2e Wereldoorlog, aan boord van een gemengd zwart-wit US legerschip. Daar werd hij al gauw als War Painter ingezet en legde hij vast wat het schip en haar bemanning tegenkwam en meemaakte. Of, veel later, beelden van een getroffen Hiroshima (beelden die mij bijzonder troffen). En steeds weet hij de sociale gebeurtenissen te laden met de horror van wat er werkelijk gebeurde, van het lijden dat hij vastlegde, maar altijd met een opgewekte, milde, hoopvolle blik. Met veel kleur. Veel beweging, ritme. Doordringend.
Ik kreeg het gevoel meegenomen te worden in de Zwarte geschiedenis zelf. Iets te mogen begrijpen en te voelen van wat zwarte Amerikanen hebben meegemaakt, de zwaarte én de lichtheid ervan, hoe hen dat gevormd heeft, maar ook: wie zij zijn. Vanuit hun eigen geschiedenis. In hun eigen (beeld)taal. Hun eigen wijze van zijn. In plaats van vanuit mijn, onze blik: van buitenaf.
En met mijn blik is niets mis. Echt niet. Maar wat me interesseert is hun eigen geschiedenis en hun eigen kijk daarop. Hun taal, hun nuances, van binnenuit. Zoals ik Frans leerde, en via die taal de Franse gevoelswereld kon beginnen te snappen. De dingen, de gevoelens, die eigen zijn aan die taal, die niet te vertalen zijn. En zoiets ervaarde ik in deze schilderijen ook. Hoe rijk het is om mee te kunnen, te mogen kijken naar een geschiedenis, levens, een levenswijze en een verbeelding die ik tot dusver alleen in MIJN, in ONZE taal tot me kreeg. En dus, per definitie, vervormd. Beter dan niets, maar: vervormd.
Sommige Zwarte mensen staan erop hier boos over te zijn, over deze vervorming. Staan erop om die als doel- of onbewuste vervorming te zien, in plaats van voor wat het is: menselijk onvermogen om door de ogen van de ander te kijken. Begrijp me niet verkeerd: ik begrijp de boosheid. Die is ook terecht. Maar om met elkaar te leven moeten we ook een weg vinden voorbij de boosheid – voorbij het terug uitsluiten op huidskleur.
Ik voel me genomen door een dergelijke boosheid en afwijzing. Omdat ik wit ben, en een (cultureel, historisch, talig gevormde) zwarte beleving dus per definitie niet kan begrijpen. Ook niet als ik mij terdege bewust ben van de beperktheid van mijn inlevingsvermogen. Tja. Ík weiger iemand anders af te wijzen omdat diegene zwart is, of wit of rood for that matter. Ik wil uitsluiting als zodanig achter me laten, in welke vorm dan ook. Dus evengoed van ‘wit’, van mijn eigen perspectief.
Naar een wereld van ons allemaal
En dat is precies wat ik proefde in het werk van Lawrence. Die zoektocht om zijn blik, zijn idioom, zijn beleving van de wereld, zo beeldend weer te geven zodat ik mee kan beleven hoe dat voelt: zwart zijn en vanuit een zwarte blik, geschiedenis, vorming etcetc de wereld die wij delen beleven. Zodat toenadering mogelijk wordt. Zodat we een klein stapje zetten richting een wereld waarin AL deze zienswijzen, talen, verbeeldingen hun plek krijgen en erkend worden.
Ik ben onder de indruk omdat ik in zijn werk (en zijn commentaren erop) zie dat hij wél een wereld voor ogen heeft waarin plaats is voor zwarte en witte mensen (en al die anderen) naast elkaar. Een manier van kijken die niet uitsluit maar insluit. Die niet zwart boven wit of wit boven zwart stelt, maar zoekt naar een wereldbeeld waarin beiden (allen eigenlijk) naast elkaar kunnen bestaan. En daarin slaagt hij: hij legt iets bloot van de menselijke ervaring dat voor mij anders is, nieuw is, nieuwe werelden opent – inclusief een pijn die ik alleen langs die weg kan bevroeden, en een vreugde die ik ook niet op die manier ken. Prachtig, ontroerend, rijk.
Lawrence laat zien dat er nog veel werk aan de winkel is voor we daar zullen zijn. Maar ook dat dát zijn doel is, zijn kijk, zijn perspectief op samenleven. Ik word er heel blij van te zien dat deze kunstenaar een wereld opent waarin beiden kunnen bestaan en elkaar kunnen proberen te verstaan.
